Dikke Broeken

28 Aug

Hoi ik ben van ’t simpele naaien, deze zomer. Nu zijn het weer yogabroeken.

Reuzin in Thaise Vissersbroek

Zulke.

En op Toplapje.nl staat hoe je ze lekker zelf kunt maken. 

Van onderen

21 Aug

Ja! We doen weer eens een Hoedoejedatje! Leuk! En nog een uitroepteken want het is zomer! En we waren op Noorderzon! En toen ging uk z’n zelfontworpen knuffel-uil een eindje vliegen! Aan een heuse parachute! Maar dat kunnen we thuis ook! Kijk maar!

Laat je uiltje een uitje maken

Hoedoejedat, vraagt u nu? Welnu!

1. Knippen (en als je wilt, naaien)

Hoedoejedatje uilenchuutje

Kun je ’t lezen? Ja toch? Anders kijk je gewoon even door je wimpers, dan weet je nu in elk geval hoe de wereld geordend is in mijn hoofd.

2. Knopen

Chuutje knopen,

Zo dan. Dat was ’t al. Hoe is je traploopconditie? Dat je wel een middagje op en neer naar ’t slaapkamerraam kunt?

Zuur huren

13 Mrt

Nee mevrouw, dat huis verhuren wij niet aan u. Het heeft namelijk maar één slaapkamer, dus u past er niet in met uw zoontje.

Nee mevrouw, dit huis kunt u ook niet huren. U verdient maar twee maal de huur en dus kunt u dat niet betalen. Ach kom mevrouw, van dat bedrag kan niemand rondkomen, hebt u wel goed op uw loonstrook gekeken?

Ach mevrouw, die flat, die is tijdelijk te huur. En weet u wat ’t is, met tijdelijke huur bouwt u geen rechten op, dus dan staat u over een paar maanden op straat. Dan hebben we liever dat u nú op straat staat.

Tot voor kort dacht ik dat ik volwassen was. Ik had werk, een huis, en zelfs het toppunt van grotemensendom: een kind. Ik ging mijn gang en niemand die ernaar vroeg. Wie er al iets van vond, hield dat voor zich.

Toen wilde ik verhuizen. Ik werd huurder. Althans, dat wilde ik worden. Maar ik mocht niet. De verhuurders van huizen weten namelijk beter dan ikzelf wat goed voor mij is. Mijn zoon moet apart van mij slapen. Ik moet voor minimaal 150 euro per week boodschappen doen. Ik mag niet afzien van luxe of rechten, ook al wil ik niets liever.

Wat is dat toch? Zodra je huurder wordt, en daarbij onder de huurtoeslaggrens blijft, verval je blijkbaar in chronische wilsonbekwaamheid en moet een menslievende verhuurder je zorgzaam aan ’t handje door dit o zo complexe leven voeren. De huisbaas bepaalt of een huis geschikt voor je is. Iemand die benedenmodaal verdient kan namelijk niets zelf. (1)

Hallo huisbaas, verhuurmakelaar, corporatie? Weet u hoe zo iemand heet, zo iemand van wie u geld krijgt voor een dienst?

Zo iemand noemen wij: een klant.
Weigert de bakker zijn volslanke klant een roomsoes? Zegt de autohandelaar ‘Koop maar een NS-abonnement want u wilt niet in de file’? Sluit XS4all het internet van haar klanten af uit angst dat ze te veel op facebook gaan zitten? Precies.

Het verschil is: als ik van de winkelier geen roomsoes, auto of internet mag, ga ik naar de concurrent aan de overkant. Maar met huizen kan dat niet. De concurrent aan de overkant weigert me net zo goed die soes, ik mag zelfs geen halfje volkoren, ‘want daar hebt u nooit genoeg aan’.

Op een houtje bijtend ga ik onder de brug zitten. Nee, dát is een goede plek om te slapen voor mijn zoon.

1) En in het onwaarschijnlijke geval dat hij op een dag goedschiks beschikt, ben je er nog niet. Als je een muurtje wilt verplaatsen, mag dat niet. Tegelijk bepaalt de huisbaas dat je keuken vernieuwd moet, en wanneer jij aldus drie maanden in het bouwstof zit, tegelijk met al je buren zodat je naar je moeder moet om te douchen.

Duurt het te lang of moet je je huis uit vanwege die verbouwing die je niet hebt besteld, dan krijg je misschien een vergoeding voor het geleden leed. Die wordt uitgekeerd in cadeaubonnen, anders gebruik je dat geld toch maar om schulden af te lossen ofzo. Jij weet niet hoe je je geld beter zou kunnen gebruiken dan om een schuld af te lossen maar dat zie je blijkbaar ook verkeerd.

Bol voor je lol

30 Dec

OliebollenstollenGoed gevoed het nieuwe jaar in, wie wil dat nou niet. Vorig jaar bakte ik voor ’t eerst zelf oliebollen, maar laten we het daar maar niet meer over hebben. Dit jaar bedacht ik eerst wat er beter kon, en vandaag voilà, jawel, hoera: bollen die je voor je lol eet, als ’t moet zelfs zonder sneeuwsuiker. Maar wie eet er nou bollen zonder suiker.

Het recept voor wél goedgelukte bollen!

  • 400 gram tarwebloem
  • 100 gram volkorenmeel
  • zakje gist (of twee volle theelepels)
  • zakje bakpoeder (of weer die twee volle theelepels)
  • sap van een halve citroen
  • 100 gram sukade
  • 200 gram rozijnen (geweld)(maar dat ze 200 gram wegen vóór ’t wellen)
  • 1 appel in stukjes (inclusief schil)
  • half theelepeltje zout
  • halve liter melk
  • 1 ei
  • olie om in te bakken (drie liter, afhankelijk van je pan) (ik doe altijd arachideolie, maar iets anders mag ook. Alleen zonnebloemolie gaat zo stinken, dus doe dat maar niet)

Neem een flinke pan of kom  en doe daar alles in, behalve de melk en het ei.
Roer ’t hele spul goed door elkaar.
Dan de melk erbij. Goed doorroeren tot je een mooi beslag krijgt, dat niet loopt maar ook niet kneedbaar is.

Sluit je beslagkom/-pan/-emmer luchtdicht af met een goed sluitend deksel of een natte theedoek en zet het een uurtje ofzo te rijzen, liefst op de verwarming.

Na dat uurtje roer je het ei door je beslagje en zet het nog een halfuurtje weer weg om verder te rijzen.

Vul een pan met arachideolie of haal je friteuse van stal. Ik vind die pan handiger en bovendien is mijn friteuse stuk.
Die friteuse zet je op 170 graden (zegt men);
de olie in de pan is heet genoeg als een druppeltje deeg na een tel bruisend weer boven komt drijven.

Doop twee opschep- of eetlepels in de olie (zodat het deeg er niet aan blijft kleven) en schep daarmee de ‘bollen’ in de pan – gewoon porties deeg die meteen tot bol stollen. Zorg dat ze voldoende ruimte in de pan hebben, anders gaan ze maar aan elkaar plakken, gedoe joh.

Zodra de onderkant mooi bruin is, geef je ze een tikje zodat ze omkeren. Is de andere kant ook bruin, haal je bollen dan met een schuimspaan uit de olie, leg ze op keukenpapier of theedoek, ga op zoek naar de poedersuiker en val aan.

Relatief (Allerzielengedichtje)

2 Nov

Er is erger dan erg er is
groter dan groot en doder
dan dood. Er heeft
rechter van spreken
en harder van huilen. Sssst,

duw ik mijn dode
in het klein. Maar daar baart
hij zich weer een weg
naar mij en ik –

Waar ben ik nou?

Ik was zijn moeder. Zijn moeder
is dood en ik was –

Mijn handen wijzen verweesd
naar het ikvormig gat in zijn weg.

Waar ging ik heen?

Er is gater dan gat er is
weger dan weg

en leger ik dan toen
ik hem nog niet
niet meer had.

Lied Vom Kindsein

2 Nov

(van Peter Handke. Ik moet die film weer eens zien)

Als das Kind Kind war,
ging es mit hängenden Armen,
wollte der Bach sei ein Fluß,
der Fluß sei ein Strom,
und diese Pfütze das Meer.

Als das Kind Kind war,
wußte es nicht, daß es Kind war,
alles war ihm beseelt,
und alle Seelen waren eins.

Als das Kind Kind war,
hatte es von nichts eine Meinung,
hatte keine Gewohnheit,
saß oft im Schneidersitz,
lief aus dem Stand,
hatte einen Wirbel im Haar
und machte kein Gesicht beim fotografieren.

Als das Kind Kind war,
war es die Zeit der folgenden Fragen:
Warum bin ich ich und warum nicht du?
Warum bin ich hier und warum nicht dort?
Wann begann die Zeit und wo endet der Raum?
Ist das Leben unter der Sonne nicht bloß ein Traum?
Ist was ich sehe und höre und rieche
nicht bloß der Schein einer Welt vor der Welt?
Gibt es tatsächlich das Böse und Leute,
die wirklich die Bösen sind?
Wie kann es sein, daß ich, der ich bin,
bevor ich wurde, nicht war,
und daß einmal ich, der ich bin,
nicht mehr der ich bin, sein werde?

Als das Kind Kind war,
würgte es am Spinat, an den Erbsen, am Milchreis,
und am gedünsteten Blumenkohl.
und ißt jetzt das alles und nicht nur zur Not.

Als das Kind Kind war,
erwachte es einmal in einem fremden Bett
und jetzt immer wieder,
erschienen ihm viele Menschen schön
und jetzt nur noch im Glücksfall,
stellte es sich klar ein Paradies vor
und kann es jetzt höchstens ahnen,
konnte es sich Nichts nicht denken
und schaudert heute davor.

Als das Kind Kind war,
spielte es mit Begeisterung
und jetzt, so ganz bei der Sache wie damals, nur noch,
wenn diese Sache seine Arbeit ist.

Als das Kind Kind war,
genügten ihm als Nahrung Apfel, Brot,
und so ist es immer noch.

Als das Kind Kind war,
fielen ihm die Beeren wie nur Beeren in die Hand
und jetzt immer noch,
machten ihm die frischen Walnüsse eine rauhe Zunge
und jetzt immer noch,
hatte es auf jedem Berg
die Sehnsucht nach dem immer höheren Berg,
und in jeder Stadt
die Sehnsucht nach der noch größeren Stadt,
und das ist immer noch so,
griff im Wipfel eines Baums nach dem Kirschen in einemHochgefühl
wie auch heute noch,
eine Scheu vor jedem Fremden
und hat sie immer noch,
wartete es auf den ersten Schnee,
und wartet so immer noch.

Als das Kind Kind war,
warf es einen Stock als Lanze gegen den Baum,
und sie zittert da heute noch.

Vooruitzien

2 Nov

Ik kom net tegen wat ik schreef op 23 mei 2006 aan mijn oudste, dode zoon.

Een jongetje loopt door een boek. Hij heeft een sweater aan en een schattig van stoerheide spijkerbroek. In zijn linkerhand een lappenpop. Die vertelt hij de dingen die hij niet aan zijn moeder kwijt kan. Moeder luistert glimlachend mee. Soms speelt hij gewoon. En dan was de pop de brandweer en dan gingen ze samen naar de brand. Ze zitten samen op de bank, de pop en hij. Hij vertelt, hij praat, hij luistert als hij zelf antwoord geeft.
Ik lees graag over hem, want hij lijkt op jou, zoon, over een jaar of vier.

Nu kan ik het je sterker vertellen: hij lijkt op je broer. Inclusief lappenpop en brandweerauto.

%d bloggers liken dit: